Nieuw leven
De aanleiding voor die commissie was het plan van de overheid om een nieuwe medische faculteit op te richten in Nederland. Tans, een Maastrichtse politicus, en Niessen, een bestuursambtenaar, zetten alles op alles om de faculteit naar Maastricht te halen.
“Het was héél belangrijk dat de universiteit hier kwam”, vertelt Weijenberg-Habets. “Er was hier geen enkele universitaire opleiding. Limburg was een achtergesteld gebied en een blinde vlek voor de rest van Nederland. Tegelijkertijd stonden de mijnsluitingen voor de deur, waardoor zo’n 40.000 mensen binnenkort zonder baan zaten. De universiteit was hard nodig om de regio nieuw leven in te blazen.”
Maar de commissies die voor de overheid bepaalden waar de nieuwe faculteit zou komen, hielden daar geen rekening mee. “Die keken gewoon naar de beste plek voor de nieuwe faculteit”, zegt Weijenberg-Habets. “Maastricht stond niet op de eerste plaats.” Aan Tans en Niessen om ervoor te zorgen dat hun droom voor de stad toch werkelijkheid werd.
Botsende persoonlijkheden
Een paar weken later verhuisde het team al naar een pand in de Havenstraat, pal tegenover de redactie en drukkerij van De Limburger. Aan het gebouw hangt nog altijd een grote gevelsteen met het opschrift ‘De Nieuwe Limburger’, zoals de regiokrant toen heette.
“Iedere dag werden hier grote rollen papier afgeleverd voor de drukkerij”, herinnert Weijenberg-Habets zich. “Dat de krant letterlijk aan de overkant zat, was natuurlijk erg handig. Tans werd er regelmatig geïnterviewd over de voortgang van de plannen. Hij was een echte politicus: uitgesproken en bereid om risico’s te nemen. Niessen was bedachtzamer en voorzichtiger. Dat was een groot verschil, waardoor het vaak botste.”
Dat de twee zo van elkaar verschilden, bleek uiteindelijk geen nadeel. Integendeel: samen kregen ze het voor elkaar. In 1975 werd de Rijksuniversiteit Limburg officieel opgericht als voorloper van de huidige UM.
“Inmiddels hadden we zo’n honderd medewerkers en waren we opnieuw verhuisd: naar de Tongersestraat”, herinnert ze zich. “Een jaar later, in 1976, hadden we al driehonderd personeelsleden.”