Tag
3 september 2026

Bep Weijenberg-Habets


was de eerste medewerker van de UM

De UM en ik

Ter ere van het vijftigjarig jubileum van de UM vertellen mensen van binnen en buiten de universiteit wat de UM voor hen betekent. Wat maakt ze trots op de universiteit? Wat heeft de universiteit betekend voor hun carrière? Of voor de stad en de regio? Ze delen hun mooiste UM-ervaringen om samen herinneringen op te halen.

“De universiteit was hard nodig om de regio nieuw leven in te blazen”

Een typmachine, een piepklein kantoor en een ambitieus plan. Daarmee begonnen meer dan vijftig jaar geleden de voorbereidingen voor de toekomstige Universiteit Maastricht. Bep Weijenberg-Habets maakte het van dichtbij mee. Als secretaresse van kwartiermakers Sjeng Tans en Ben Niessen zag ze hoe zij streden voor een medische faculteit in Maastricht.

“Inmiddels besef ik hoe bijzonder het was waaraan ik in die tijd meewerkte”, zegt Bep Weijenberg-Habets. Op het Onze Lieve Vrouweplein, waar we haar spreken, zijn de terrastafels nog leeg in afwachting van de lunchdrukte. De ochtendzon schijnt op de gevel van nummer 29, een statig hoekhuis. “In dát pand zijn we in juli 1970 gestart”, vertelt ze. “Ik was twintig jaar oud en kwam net uit de schoolbanken.”

Weijenberg-Habets had in het begin geen idee wie Sjeng Tans en Ben Niessen waren of wat ze gingen doen. “Maar voordat ik het wist, was ik aangenomen als secretaresse voor de voorzitter en secretaris van de Commissie Voorbereiding Medische Faculteit Maastricht.”

Bio

Bep Weijenberg-Habets

Bep Weijenberg-Habets was de eerste medewerker van de UM. Ze werkte als secretaresse van kwartiermakers Sjeng Tans en Ben Niessen. Later studeerde ze rechten aan de UM, waarna ze bij de gemeente ging werken. Uiteindelijk werd Weijenberg-Habets locosecretaris.

Lees hieronder verder

Nieuw leven

De aanleiding voor die commissie was het plan van de overheid om een nieuwe medische faculteit op te richten in Nederland. Tans, een Maastrichtse politicus, en Niessen, een bestuursambtenaar, zetten alles op alles om de faculteit naar Maastricht te halen.

“Het was héél belangrijk dat de universiteit hier kwam”, vertelt Weijenberg-Habets. “Er was hier geen enkele universitaire opleiding. Limburg was een achtergesteld gebied en een blinde vlek voor de rest van Nederland. Tegelijkertijd stonden de mijnsluitingen voor de deur, waardoor zo’n 40.000 mensen binnenkort zonder baan zaten. De universiteit was hard nodig om de regio nieuw leven in te blazen.”

Maar de commissies die voor de overheid bepaalden waar de nieuwe faculteit zou komen, hielden daar geen rekening mee. “Die keken gewoon naar de beste plek voor de nieuwe faculteit”, zegt Weijenberg-Habets. “Maastricht stond niet op de eerste plaats.” Aan Tans en Niessen om ervoor te zorgen dat hun droom voor de stad toch werkelijkheid werd.

Botsende persoonlijkheden

Een paar weken later verhuisde het team al naar een pand in de Havenstraat, pal tegenover de redactie en drukkerij van De Limburger. Aan het gebouw hangt nog altijd een grote gevelsteen met het opschrift ‘De Nieuwe Limburger’, zoals de regiokrant toen heette.

“Iedere dag werden hier grote rollen papier afgeleverd voor de drukkerij”, herinnert Weijenberg-Habets zich. “Dat de krant letterlijk aan de overkant zat, was natuurlijk erg handig. Tans werd er regelmatig geïnterviewd over de voortgang van de plannen. Hij was een echte politicus: uitgesproken en bereid om risico’s te nemen. Niessen was bedachtzamer en voorzichtiger. Dat was een groot verschil, waardoor het vaak botste.”

Dat de twee zo van elkaar verschilden, bleek uiteindelijk geen nadeel. Integendeel: samen kregen ze het voor elkaar. In 1975 werd de Rijksuniversiteit Limburg officieel opgericht als voorloper van de huidige UM.

“Inmiddels hadden we zo’n honderd medewerkers en waren we opnieuw verhuisd: naar de Tongersestraat”, herinnert ze zich. “Een jaar later, in 1976, hadden we al driehonderd personeelsleden.”

“De UM mag ontzettend trots zijn op wat hier in slechts vijftig jaar is neergezet.”

Unieke aanpak

In die tijd bestond de UM uit een medische faculteit en een algemene faculteit. In de jaren die volgden kwamen er steeds meer bij – uiteenlopend van Arts and Social Sciences tot Science and Engineering. Allemaal hadden ze één ding gemeen: ze werkten met Probleemgestuurd Onderwijs (PGO). PGO is kleinschalig onderwijs waarin studenten actief aan de slag gaan met maatschappelijke vraagstukken.

“Het was een goede keuze om voor die onderwijsvorm te gaan”, zegt Weijenberg-Habets. “Die praktische aanpak is voor veel opleidingen perfect, in het bijzonder voor recht en geneeskunde. Zo leren artsen en advocaten hun vak meteen toepassen.”

Unieke aanpak

Cum laude geslaagd

“De UM mag ontzettend trots zijn op wat hier in slechts vijftig jaar is neergezet”, vindt ze. Ook voor haar persoonlijk heeft de universiteit veel betekend. Jaren nadat ze er als secretaresse was gestopt, keerde ze terug. Alleen deze keer als student aan de rechtenfaculteit. Na haar afstuderen werkte ze voor een gemeente en werd ze uiteindelijk locosecretaris.

“Zonder een rechtenopleiding in Maastricht had ik nooit opnieuw kunnen studeren”, zegt ze. “Toen ik met de opleiding begon, was ik 34 en had ik twee jonge kinderen. Kinderopvang was er niet en digitaal onderwijs bestond ook nog niet.”

Door de opzet van de UM’s PGO hoefde ze maar twee keer per week naar de universiteit te komen. Dat kon tijdens de schooltijden van haar kinderen. “Als ik buiten de regio had moeten reizen, was het me nooit gelukt om de opleiding af te ronden. Uiteindelijk ben ik zelfs cum laude geslaagd. Daar ben ik nog altijd dankbaar voor.”

Tekst: Caya Forman
Fotografie: Joris Hilterman