Geen kant kiezen
Het ICRC kiest daarbij voor strikte neutraliteit, al stuit dat principe ook regelmatig op weerstand. Egger legt uit: “We moeten neutraal blijven. Anders is het lastig om met alle strijdende partijen te praten over hun verplichtingen volgens de oorlogsregels. Juist dankzij deze neutrale houding kunnen we de mensen bereiken die hulp nodig hebben aan alle kanten van het front.”
Juist door deze neutrale houding kan het ICRC een unieke rol spelen als onafhankelijke tussenpersoon tussen strijdende partijen. “Zo werd het ICRC door Hamas en Israël betrokken bij de staakt-het-vuren-overeenkomst. Onze taak was om de veilige vrijlating en terugkeer van gijzelaars en gevangenen, evenals de teruggave van menselijke resten te faciliteren. Dankzij onze medewerkers, die dit werk soms onder grote druk en nauwlettend toezicht moesten doen, zijn families herenigd of kunnen zij op een waardige manier afscheid nemen van hun dierbaren.”
Hoopvol blijven
Hoe blijft Egger hoopvol in een tijd waarin kranten regelmatig koppen dat de wereld in brand staat? “Ik kies ervoor te geloven dat de mens van nature goed is”, benadrukt ze. “Uiteindelijk willen we als mens allemaal deel uitmaken van een groter goed. Dat drijft ons om altijd te blijven streven naar beter, zelfs op de meest donkere momenten. Zelfs als we ook maar één persoon kunnen herenigen met diens familie is ons werk al zinvol.”
Als voorzitter van het ICRC ziet Egger de mensheid op haar slechtst. Maar, zo vult ze aan, ze ziet ook juist hoe mededogen kan ontstaan, zelfs middenin een gruwelijke oorlog. “Het oorlogsrecht wordt dagelijks geschonden, maar ook dagelijks gerespecteerd”, benadrukt ze. Egger denkt terug aan een recente situatie. “Op oudejaarsavond werden we gevraagd om als neutrale humanitaire waarnemer op te treden bij de vrijlating en terugkeer van 18 krijgsgevangenen vanuit Thailand naar Cambodja. Door onze tussenkomst konden families het nieuwe jaar samen beginnen, en was er opnieuw hoop voor gemeenschappen aan beide zijden van de grens.”
Daarnaast put Egger hoop uit haar collega’s binnen het ICRC. “Zij zijn buitengewoon moedig: vaak laten ze hun familie en leven thuis achter om in zeer gevaarlijke en onstabiele omgevingen te werken en anderen te helpen. Ik heb diep respect voor alles wat zij dagelijks doorstaan en bereiken.” En, zo voegt ze toe, het motiveert haar ook dat veel van het leed in de wereld voorkomen had kunnen worden als mensen de regels voor oorlogsvoering beter hadden nageleefd. “Daarom blijven we bij het ICRC ook hameren op duidelijke regels rondom oorlog.”