Tag
9 juli 2026

Probleemgestuurd Onderwijs in de praktijk:


van ThinkTank tot honoursprogramma’s

Constructief onderwijs, leren in een relevante context, samen leren én zelfsturend leren. Dat zijn de 4 leerprincipes van Probleemgestuurd Onderwijs, de onderwijsfilosofie waar de Universiteit Maastricht al 50 jaar om bekendstaat. Hoe dat er in de praktijk uitziet? 6 bevlogen universiteitsmedewerkers en 1 medewerker van het MUMC+geven tekst en uitleg aan de hand van 4 voorbeelden.

ThinkTank

Oscar van den Wijngaard (senior medewerker onderwijsontwikkeling bij EDLAB) en Wilfred van Dellen (docent bij het University College Maastricht (UCM)) stonden in 2008 aan de wieg van ThinkTank. Bij dit onderdeel van het UCM-curriculum leren bachelorstudenten in het 3e jaar om te adviseren over vraagstukken van opdrachtgevers uit de praktijk. Inmiddels bestaat ThinkTank 18 jaar. In die tijd hebben ruim 80 organisaties gebruikgemaakt van de kennis en kunde van de studenten, waaronder Amnesty International, het ministerie van Buitenlandse Zaken en de provincie Limburg.

Meerdere invalshoeken
“De kracht van ThinkTank is dat vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken worden bekeken. Dat komt doordat UCM-studenten allemaal hun eigen aandachtsgebied hebben”, legt Van Dellen uit. “De een focust zich op sociale wetenschappen, de ander op geesteswetenschappen of natuurwetenschappen. Daardoor kijken ze allemaal met een andere bril naar de case. Zo leren ze om samen te werken met mensen uit andere vakgebieden. Die ervaring is heel waardevol als ze straks de arbeidsmarkt op gaan.”

Een ThinkTank-project duurt 11 weken (tot voor kort was dit 4 weken/red.) en bestaat al sinds 2008 uit dezelfde 3 stappen. Van den Wijngaard: “Elke case begint met een analyse. Na de briefing van de opdrachtgever pluizen de studenten de case helemaal uit. Vervolgens bestuderen ze literatuur en verzamelen ze informatie. Bijvoorbeeld via enquêtes en interviews. Tot slot maken ze een adviesrapport, dat ze aan de opdrachtgever presenteren. De studenten zijn zelf verantwoordelijk voor de organisatie van hun werk, maar ze krijgen wel begeleiding van een tutor. Ik heb die rol jaren met veel plezier vervuld en Wilfred is nog steeds tutor.”

“De kracht van ThinkTank is dat vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken worden bekeken.”

Krimpregio
De allereerste opdrachtgever herinnert Van den Wijngaard zich nog goed. “Dat was de gemeente Maastricht. Die wilde groeien van 120.000 naar 150.000 inwoners. De gemeente was benieuwd hoe ze dat moest aanpakken.” Wat het extra uitdagend maakte, was dat Maastricht in een krimpregio ligt. Van Dellen: “De studenten doken in het onderwerp en kwamen er al snel achter dat krimpregio’s een trend zijn in Europa en dat veel mensen ervoor kiezen om buiten de grote steden te gaan wonen. Dit is een proces dat je niet zomaar omkeert.”

Uiteindelijk adviseerden de studenten om de groeiplannen los te laten en juist te focussen op het behoud van de 120.000 inwoners. De gemeente Maastricht kon dit eerlijke advies wel waarderen. Bovendien bewees dit nog eens extra dat de studenten volledig onafhankelijk adviseren.

Brug tussen theorie en praktijk
Het mooie is dat ThinkTank niet alleen meerwaarde biedt aan studenten, maar ook aan de opdrachtgevers. Van den Wijngaard: “Studenten werken aan échte vraagstukken waarop ze de kennis die ze tijdens hun studie hebben opgedaan, toepassen. Zo slaan ze een brug tussen theorie en praktijk. En de opdrachtgevers krijgen – kosteloos – een eerlijk, goed onderbouwd advies.”

Dat er geen kosten aan ThinkTank zijn verbonden, is bewust. Want de leerervaring van de studenten staat voorop. “We kunnen onze opdrachtgevers niet de garanties geven die horen bij betaald werk. Bovendien zou het studenten eerder benauwen dan stimuleren als ze betaald worden voor het advies dat ze geven”, zegt Van den Wijngaard. Van Dellen vult aan: “Gelukkig vinden onze opdrachtgevers het juist leuk om een bijdrage te leveren aan het leerproces van de studenten. Ze kloppen dan ook regelmatig opnieuw bij ons aan. Een mooi compliment.”

Oscar van den Wijngaard

Wilfred van Dellen

Interprofessional Teaching and Learning

Veel afgestudeerden zullen het herkennen: tijdens je studie ligt de focus op je eigen vakgebied. Maar als je eenmaal een baan hebt, moet je ineens samenwerken met mensen uit andere beroepsgroepen. Mensen die allemaal hun eigen kennis en vaardigheden hebben. “Dat is behoorlijk uitdagend”, zegt Jascha de Nooijer, hoogleraar Interprofessional Teaching and Learning bij de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences. “Daarom ontwikkel ik onderwijsactiviteiten waarbij interprofessionele samenwerking centraal staat.”

Stage bij MUMC+
In de minor Sustainable Healthcare krijgt interprofessionele samenwerking volop aandacht. Deze minor begint met een basiscursus van 4 weken over duurzame gezondheidszorg. Daarna lopen de studenten 15 weken lang 3 dagen per week stage bij een afdeling van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ (MUMC+). Tijdens deze stage werken ze aan complexe projecten die onderdeel zijn van de Green Deal Duurzame Zorg. “Op die manier bouwen ze aan hun (inter)professionele identiteit en maken ze kennis met de arbeidsmarkt”, legt De Nooijer uit. “De aanbevelingen van de ene groep studenten vormen het startpunt voor de volgende groep. Ik vind het mooi om te zien hoe trots ze zijn als ze een project hebben afgerond. Met ‘hun’ product of advies leveren ze een wezenlijke bijdrage aan de gezondheidszorg in de regio. Dat werkt ontzettend motiverend.”

Een van de afdelingen waar de studenten stage lopen, is het Centrum voor Thuisbeademing Maastricht (CTbM). “Mensen die door een aandoening moeite hebben met ademhalen, kunnen thuis ondersteuning krijgen van beademingsapparatuur. Wij begeleiden ze daarbij”, vertelt Mark Voermans, verpleegkundig consulent bij het CTbM. “Voor thuisbeademing zijn maskers en slangen nodig. Patiënten kunnen die zelf bestellen. We wilden graag weten of het bestelgedrag van patiënten duurzamer kan. Met die vraag ging de eerste groep studenten aan de slag. Dit resulteerde onder andere in duurzamere leveringsvoorwaarden bij onze leverancier.”

De tweede groep studenten zocht naar manieren om het duurzaamheidsbewustzijn van medewerkers van het CTbM te vergroten. De Nooijer: “Dit leidde tot verschillende spellen waarmee de medewerkers hun duurzaamheidskennis kunnen verbeteren. De derde groep werkt momenteel aan een tool die verpleegkundigen helpt om met patiënten te praten over duurzaam gebruik van maskers en slangen. Dat is namelijk best een gevoelig onderwerp, dat om de nodige tact vraagt.”

“De studenten leveren met ‘hun’ product of advies een wezenlijke bijdrage aan de gezondheidszorg in de regio.”

Frisse blik
Voermans vindt de frisse blik van de studenten erg waardevol. “Zij laten ons op een andere manier naar ons werk kijken en wijzen ons op blinde vlekken. Daarnaast zorgen de goede ideeën en resultaten van de studenten ervoor dat het belang van duurzaamheid zichtbaar wordt binnen het CTbM. Daardoor wordt er nu meer tijd vrijgemaakt om te werken aan duurzaamheidsinitiatieven binnen onze organisatie. En daarmee inspireren we ook onze collega’s van de CTB’s van Groningen, Utrecht en Rotterdam. De studenten brengen dus echt een duurzaamheidsbeweging op gang.”

Ook voor de studenten heeft de minor Sustainable Healthcare veel meerwaarde. De Nooijer: “De eerste 2 jaar van hun studie zijn ze vooral bezig met theorie binnen de muren van de universiteit. Ze kijken er dan ook enorm naar uit om bij een organisatie met het geleerde aan de slag te gaan. Meestal komen ze er dan snel achter dat theorie en praktijk behoorlijk van elkaar verschillen. Voor de studenten is dat een eyeopener, waar ze veel van leren. Ik vind het heel fijn dat wij dit met deze minor mogelijk maken en tegelijkertijd bijdragen aan de zorg in de regio.”

Jascha de Nooijer

Mark Voermans

Global Citizenship Education (GCEd)

In een tijd waarin geopolitieke spanningen en polarisatie de boventoon voeren, is global citizenship belangrijker dan ooit. De wereld heeft behoefte aan mensen die oog hebben voor rechtvaardigheid, duurzaamheid en gelijkheid. Daarom besteedt de UM sinds 2017 binnen het curriculum van de verschillende opleidingen en faculteiten steeds meer aandacht aan Global Citizenship Education (GCEd). Oftewel: onderwijs in wereldburgerschap.

Herco Fonteijn, universitair hoofddocent bij de Faculty of Psychology and Neuroscience, heeft het GCEd-programma binnen de UM opgezet. Op de vraag wat een ‘global citizen’ precies is, antwoordt hij: “Dat hangt ervan af aan wie je het vraagt, wannéér je het vraagt en in welk land je het vraagt. De wereld verandert momenteel razendsnel en dat geldt dus ook voor de definitie van de term global citizen én voor GCEd. Maar je zou kunnen zeggen dat een global citizen – of wereldburger – iemand is die de wereld lokaal én globaal probeert te begrijpen. Iemand die zich verbonden voelt met anderen óver grenzen heen en die kritisch en verantwoordelijk handelt in een tijd waarin we te maken hebben met complexe uitdagingen. Denk aan klimaatverandering, migratie, ongelijkheid, de maatschappelijke beheersbaarheid van AI en geopolitieke verschuivingen.”

“Studenten en stafleden van alle opleidingen hebben een 'gastvrij' overzicht van GCEd-competenties opgesteld, waaruit onderwijsmakers kunnen putten.”

Iets extra’s boven op PGO
De UM vindt het belangrijk dat studenten zich ontwikkelen tot global citizens, zodat ze na hun studie een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. “PGO vormt een goede basis voor GCEd, maar er is meer nodig”, zegt Annechien Deelman, coördinator GCEd bij EDLAB. “Daarom hebben studenten en stafleden van alle opleidingen een aantal jaar geleden een 'gastvrij' overzicht van GCEd-competenties opgesteld, waaruit onderwijsmakers kunnen putten.” Fonteijn vult aan: “Ze mogen hun eigen invulling aan die competenties geven. Het kader geeft richting, maar is geen afvinklijstje. Vandaar dat we het kader ‘gastvrij’ noemen.”

In de praktijk betekent dit dat een competentie als conflictoplossing heel anders vorm krijgt binnen de studie Rechten dan binnen de studie Psychologie. “We zien dat veel onderwijsmakers het een uitdaging vinden om GCEd-elementen toe te voegen aan hun onderwijsprogramma’s”, vervolgt Fonteijn. “Daarom is het slim om studenten ook bij dit proces te betrekken. Want zij weten als geen ander wat ze nodig hebben om straks goed voorbereid de samenleving in te gaan.”

Vrijwilligerswerk
De universiteit is overigens niet de enige plek die bijdraagt aan de ontwikkeling van global citizens. “Vrijwilligerswerk en andere maatschappelijke activiteiten zijn daarvoor ook belangrijk”, zegt Deelman. “Daarom bieden we studenten via het Personal & Professional Development Portal de gelegenheid om in contact te komen met vrijwilligersorganisaties. Zo helpen we studenten om óók buiten hun studie te werken aan de vaardigheden, houding en kennis die nodig zijn voor hun toekomstige loopbaan en rol in de samenleving.”

Herco Fonteijn

Annechien Deelman

Honoursprogramma’s Honours+ en PREMIUM

De universiteitsbrede honoursprogramma’s van de UM bieden studenten de kans om hun kennis te verbreden en toe te passen in de praktijk. Honours+ is speciaal voor bachelorstudenten en richt zich vooral op onderzoek. PREMIUM is voor masterstudenten en stelt juist de praktijk centraal. “De programma’s komen boven op de normale studielast van 250 punten en dat is behoorlijk pittig”, zegt Fabienne Crombach, senior coördinator Excellentie Onderwijs bij EDLAB. “Maar omdat de studenten er zo veel van leren, zetten ze graag een stapje extra. Een van onze PREMIUM-studenten formuleerde het zo: I’m so grateful I got to participate. Volgens mij zegt dat genoeg.”

In beide programma’s werken studenten van verschillende studierichtingen in teams aan een echte praktijkcase. Bijvoorbeeld van een bedrijf, overheidsinstantie of maatschappelijke organisatie. “De studenten bijten zich ongeveer 5 maanden lang in zo’n vraagstuk vast en bekijken het vanuit verschillende invalshoeken”, vertelt Crombach. “Door samen te werken, ontwikkelen ze een bredere academische blik en leren ze om over de grenzen van hun eigen vakgebied heen te kijken. Als ze straks zijn afgestudeerd, weten ze hoe ze een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van complexe maatschappelijke uitdagingen. Dit versterkt de verbinding tussen de universiteit en de maatschappij.”

“Veel studenten geven achteraf aan dat Honours+ of PREMIUM een van de meest leerzame onderdelen van hun studie was.”

Herbruikbaar linnengoed
In de 15 jaar dat de honoursprogramma’s bestaan, hebben de studenten zo’n 300 projecten opgeleverd. Als voorbeeld noemt Crombach een opdracht voor het MUMC+. “Een team studenten onderzocht of het haalbaar is om wegwerp-operatie- en -isolatiejassen te vervangen door herbruikbare alternatieven, zonder in te leveren op hygiëne en veiligheid. Ook keken ze naar de logistieke inpassing, de kosten en de langetermijnvoordelen van herbruikbaar linnengoed binnen de ziekenhuisorganisatie. Het MUMC+ overweegt nu om een pilot te starten met herbruikbaar linnengoed.”

Binnen Honours+ en PREMIUM ontwikkelen de studenten praktische (academische) vaardigheden, zoals samenwerken, kritisch denken, communiceren en presenteren. “Daar hebben ze niet alleen tijdens hun studie profijt van, maar ook als ze straks een baan hebben”, vervolgt Crombach. “Omdat ze aan een echte, complexe praktijkcase werken, krijgen de studenten ook te maken met verwachtingen van opdrachtgevers, verschillende meningen en belangen en een bepaalde mate van onzekerheid. Dat zijn dingen die je niet uit een boek haalt. Tegelijkertijd leren ze veel over zichzelf: waar ben ik goed in? Waar kan ik nog groeien? Hoe functioneer ik in een team? Daardoor gaan ze vaak zelfverzekerder en bewuster de arbeidsmarkt op. Veel studenten geven achteraf aan dat Honours+ of PREMIUM een van de meest leerzame onderdelen van hun studie was.”

Sterke community
Wat de honoursprogramma’s ook heel waardevol maakt, is dat ze studenten uit verschillende faculteiten samenbrengen - zowel op academisch als sociaal vlak. Crombach: “De studenten bouwen een netwerk op door samen te werken aan projecten, workshops te volgen en elkaar te ontmoeten tijdens events. Zo ontstaat een sterke community en worden vriendschappen voor het leven geboren. Sommige oud-studenten blijven zelfs na hun studie nog betrokken bij de honoursprogramma’s. Dat vind ik heel bijzonder.”

Tekst: Martina Langeveld
Fotografie: Philip Driessen