Rogier Thissen was in 1993 een van de allereerste studenten Kennistechnologie. De opleiding was toen een samenwerking tussen de Universiteit Maastricht en het LUC (Limburgs Universitair Centrum) in Diepenbeek (nu de Universiteit Hasselt). Mede door de zware wiskundestof vielen de Nederlandse studenten een voor een af. Na een tijdje bleef Thissen als enige Nederlandse student over. Gelukkig bleken zelfs de zware wiskundetentamens niet voor niets: dertig jaar later gebruikt Thissen zijn studiekennis nog elke dag als Chief Technical Officer.
In je eentje college
“De samenwerking met het LUC was volgens mij geen groot succes”, blikt Thissen lachend terug. “We begonnen met ongeveer vijftien Nederlandse studenten en ik bleef als enige uit mijn jaar over.” Dat leidde tot bijzondere situaties. Soms kwamen Nederlandse professoren speciaal voor Thissen naar België. “Dat had wel één voordeel”, herinnert hij zich. “Als ik het vak niet haalde, was 100% van de klas gezakt. Dat motiveerde docenten vast om de stof extra goed uit te leggen.”
Nederland vs. België
Thissen kijkt vooral met plezier terug op de colleges in Maastricht. “Die waren veel meer to the point en interactiever dan de colleges in Diepenbeek. In België moesten we soms vijftien pagina’s wiskundige bewijzen kunnen reproduceren. Dat lag me minder goed. Ook spraken we in Maastricht de professoren bij hun voornaam aan; in België was het veel afstandelijker.”
Nachtmerries over wiskundetentamens
De meeste vakken vielen in de smaak bij Thissen, maar op de wiskundecolleges kijkt hij met minder plezier terug. “We volgden die colleges samen met wiskunde- en informaticastudenten. Het niveau lag extreem hoog. Nog steeds heb ik soms nachtmerries, waarin ik een tentamen wiskunde heb en daar niet voor heb gestudeerd. Gelukkig had ik destijds voor andere vakken hoge punten en kon ik mijn wiskundecijfer daarmee compenseren.”