Tag
24 februari 2026

Gezondheid is alles

en wij staan niet in het midden van dat alles

Prof. dr. Evelyne de Leeuw had wel zin in een experiment en koos om die reden in 1981 voor de studie Gezondheidswetenschappen. Die eigenwijsheid vormde later de rode draad in haar carrière. Na aanstellingen in Denemarken en Australië doet ze nu in Canada onderzoek naar hoe de gezondheid van mens, dier en ecosysteem met elkaar verbonden zijn. Op 26 februari keert ze terug naar Maastricht voor een lezing bij de Catharina Pijls-prijsuitreiking. Hoe kijkt De Leeuw terug op haar soms kronkelige carrièrepad, en wat wil ze anderen meegeven?

De vervlogen doktersdroom

Onderzoek doen was nooit het plan van De Leeuw. Als kind was ze vastbesloten: ooit zou ze dokter worden. Haar fascinatie voor ziekenhuizen ontstond door haar chronische darmontsteking (colitis ulcerosa). “Deze ziekte komt nauwelijks voor bij jonge kinderen, dus ik was voor wetenschappers een interessante casus. Tijdens de vele ziekenhuisbezoeken raakte ik geboeid door de gezondheidszorg en alles daaromheen.”

Maar tijdens een open dag bij een opleiding Medicijnen sloeg de twijfel toe. “Ik ben helemaal niet zo’n zorgzaam type”, biecht De Leeuw op. “En ik zag mezelf niet mijn hele leven mensen met hoofdpijn of ingegroeide teennagels begrijpend te woord staan.” Haar carrièreplan viel in duigen. De studie Tropische Cultuurtechniek bleek ook geen succes, en bij Tuin- en Landschapsarchitectuur viel ze af door een tekort aan studieplekken. “Ik had geen idee wat ik met mijn leven moest.”

De vader van De Leeuw greep in door haar naar een psychologisch test bureau te sturen. “Daar kreeg ik te horen dat ik van alles kan, als ik het maar leuk vind.” Het bureau wees haar op een experimentele studie in Maastricht: Sociale Gezondheidkunde. “Ze verzekerden me dat het geen opleiding tot dokter was, maar wel over gezondheid ging. En, zo zeiden ze, gezondheid is alles: van de planeet en microbiologie tot beleid.”

De Leeuw op de Universiteitssingel 50.

“Het probleemgestuurd onderwijs heeft me gered. We leerden eerst zes weken lang hoe je moet leren. Dat was wat ik nodig had”

Eerste wetenschappelijke publicatie

Die studiekeuze bleek de juiste zet. “Het probleemgestuurd onderwijs heeft me gered”, lacht De Leeuw. “We leerden eerst zes weken lang hoe je moet leren. Dat was wat ik nodig had.” Ook inhoudelijk vond De Leeuw snel haar draai. In haar eerste jaar schreef ze een essay over DES-dochters: vrouwen die grote gezondheidsrisico’s liepen doordat hun moeder het hormoonpreparaat DES had gebruikt tegen miskramen. Epidemiologie-professor Paul Knipschild moedigde haar aan het stuk te publiceren. “Na die publicatie leek de wetenschap ingaan me voor het eerst een goede optie.”

Onbedoeld promoveren

Na haar studie vertrok De Leeuw naar Berkeley in Californië. “De studie in Maastricht werd als een ‘experimentele studie’ gezien, terwijl dit vakgebied in veel andere landen al meer dan een eeuw bestaat. Ik was benieuwd hoe het vakgebied dan ‘echt’ werkt.” Promoveren stond niet op haar lijstje, maar bleek een praktische oplossing. “Als ik na dat jaar een proefschrift zou schrijven, kon ik subsidie voor de studie in Amerika krijgen.” 

Voor haar proefschrift liet De Leeuw zich inspireren door een nieuw idee over gezondheidsbevordering. “In de tachtiger jaren pleitte de WHO ervoor dat gezondheid baat heeft bij systeemveranderingen in plaats van gedragsadvies. Gezonde keuzes moeten makkelijker worden dan ongezonde.” De Leeuw onderzocht of een gezond overheidsbeleid in Nederland haalbaar is. Maar vlak voordat ze de laatste letter op papier zette, viel het kabinet. “De politieke focus verschoof plotseling van de gezondheid verbeteren naar zorgkosten besparen. Met de toevoeging van een extra hoofdstuk aan haar proefschrift lukte het me gelukkig alsnog om op het onderwerp te promoveren.”

De Leeuw tijdens haar afstuderen in California in 1986.

Onbedoeld promoveren

Gezonde steden

Tijdens haar promotietraject stuitte De Leeuw op het idee van healthy cities: gezonde steden. Het bleek dat gezondheidsbeleid beter lokaal dan landelijk te realiseren is, bijvoorbeeld door beleid per stad te maken. “Het idee van healthy cities groeide uit tot een wereldwijd netwerk van op z’n minst 20.000 steden. Iedere stad is uniek; ze zijn er in Japan, de Filipijnen, Afrika, Nederland, enzovoorts.”

Wat een gezonde stad inhoudt, verschilt per plek. Elke gemeente let op andere ecologische en gezondheidsaspecten. Wel is duidelijk dat het belangrijk is om bepaalde voorzieningen binnen handbereik te hebben, met name natuur. “We begrijpen steeds beter hoe biodiversiteit invloed heeft op onze gezondheid”, licht De Leeuw toe. “Meer contact met de natuur hangt bijvoorbeeld samen met een gezonder darmmicrobioom. Kinderen die vaker buitenspelen, hebben zelfs hun leven lang een gezonder microbioom.”

Voor de troepen uit lopen

Na 20 jaar onderzoek doen in Australië ging De Leeuw met pensioen, al hield ze de status van pensionado slechts een half jaar vol. Toen de Université de Montréal haar vroeg voor de Canada Excellence in Research Chair, twijfelde ze geen moment. “Hier mag ik raar en nieuw werk doen”, vertelt ze glunderend. “We kijken hoe de gezondheidssystemen op alle niveaus samenhangen: spiritueel, ecologisch, microbiotisch, infrastructureel en menselijke systemen. Onderwerpen als schimmels, groene muren en de impact van buitenspelen komen aan bod.”

De Leeuw voelt zich als een vis in het water in Canada, op een universiteit die openstaat voor creatieve ideeën. “Ik ben iemand die vaak voor de troepen uitloopt en daar is hier ruimte voor. Al was ik er in het verleden ook weleens te vroeg bij. Zo wilde ik in 2007 voor een Australische universiteit onderzoeken wat lokale overheden deden om zich voor te bereiden op klimaatverandering. De commissie vond het een belachelijk plan, maar drie jaar later was het onderwerp wél actueel.”

“Hier mag ik raar en nieuw werk doen. We kijken hoe de gezondheidssystemen op alle niveaus samenhangen: spiritueel, ecologisch, microbiotisch, infrastructureel en menselijke systemen."

Luisteren naar schimmels

Op 26 februari keert De Leeuw terug naar Maastricht om bij de uitreiking van de Catharina Pijls-prijs een lezing te geven over het ondergrondse netwerk van schimmels. “De grootste levende wezens op aarde zijn schimmels. In de bossen inOregon is zelfs een schimmel – de sombere honingzwam – ontdekt van bijna negen vierkante kilometer groot. Deze verbindt het hele ecosysteem met elkaar. Die schimmel laat zien dat we verbonden zijn aan al het andere, terwijl we als mens vaak denken dat we in het midden van alles staan.”

Dat is meteen illustratief voor hoe De Leeuw graag naar gezondheid kijkt: met minder focus op de gezondheid van de mens zelf en meer aandacht voor het ecosysteem als geheel. “Het is belangrijk om niet langer de natuur naar onze hand te zetten, maar te zorgen dat de natuur – zoals die is – onze gezondheid kan beïnvloeden.”

De cirkel is rond

Dat juist De Leeuw een lezing mag geven bij de uitreiking van de Catharina Pijls-prijs, voelt voor haar als een cirkel die rond is. “Mijn proefschrift werd destijds door de Catharina Pijls-stichting gefinancierd. Deze stichting is dus ten dele schuldig aan mijn carrière”, lacht ze. “Ik vind het fantastisch dat ik dit mag doen aan de universiteit waar ik zelf studeerde.”

Als er iets is wat De Leeuw andere (toekomstige) studenten en onderzoekers wil meegeven, dan is het ‘durf anders te zijn’. “Het probleemgestuurd onderwijs heeft mij zeker geholpen om dat zelf ook te durven. De UM erkende dat iedereen uniek is en eigen passies heeft. Zonder die stimulans was ik niet gekomen waar ik nu ben.”

BIO

Prof.dr. Evelyne de Leeuw vervult sinds 2023 de Canada Excellence in Research Chair aan de Université de Montréal. Hiervoor heeft ze een subsidie voor acht jaar ontvangen. Ze studeerde van 1981 tot en met 1985 Gezondheidswetenschappen aan de Rijksniversiteit Limburg. Daarna vertrok ze naar de School of Public Health van de University of California in Berkeley. In Maastricht richtte ze vervolgens het WHO Collaborating Centre for Research on Health Cities op en leidde ze dat. Daarna startte ze in Denemarken een probleemgeoriënteerde School of Public Health om daarna hoogleraar te worden aan drie Australische universiteiten. Haar huidige onderzoek in Montréal richt zich op de governance van de gezondheid van “alles en iedereen” in steden.