Tag

Je groeide eigenlijk vanzelf mee met

de universiteit

Toen Winnie Bosch in 1981 aan de Universiteit Maastricht begon, bestond de universiteit uit twee gebouwen en kende vrijwel iedereen elkaar. Ruim veertig jaar later ging hij met pensioen bij een universiteit die nauwelijks nog te vergelijken was met die van toen. Toch voelt die ontwikkeling voor hem minder groot dan je misschien zou verwachten. "Je groeide eigenlijk vanzelf mee met de universiteit."

Kleinschalige universiteit

Dat Winnie uiteindelijk 44 jaar aan de Universiteit Maastricht zou werken, had hij nooit kunnen bedenken. Zijn keuze voor Maastricht was destijds vooral praktisch. Hij woonde in Riemst, werkte in Leuven en solliciteerde naar een functie als assistent-accountant. Dankzij zijn achtergrond in de informatica kon hij meewerken aan de eerste geautomatiseerde financiële en personele systemen van de jonge universiteit.

De eerste jaren herinnert hij zich vooral vanwege de kleinschaligheid. Zelf werkte hij in de Abtstraat 4, samen met collega's van Personeelszaken en Financiën. Geneeskunde zat destijds nog achter de Annadal Kliniek en veel andere diensten waren verspreid over de binnenstad. "Ik kreeg nog een introductiegesprek met de voorzitter van het College van Bestuur. Dat kun je je nu bijna niet meer voorstellen."

Dat de universiteit zou uitgroeien tot de organisatie van nu, had hij destijds nooit verwacht. "Nee," zegt hij lachend. "Maar dingen lopen zoals ze lopen." Juist omdat hij al die jaren onderdeel was van die ontwikkeling, voelde de groei nooit als een grote omslag, maar als een proces waarin hij vanzelf meebewoog.

‍Drijfveer nieuwsgierigheid

Een carrièreplan had Winnie nooit uitgestippeld. Nieuwsgierigheid was de grootste drijfveer. Nadat hij begon in de automatisering, stapte hij over naar de financiële dienst en besloot hij economie te studeren. Later volgden verschillende functies binnen de universiteit.
‍
"Ik vond het altijd leuk om projectmatig met nieuwe dingen bezig te zijn. Op een bepaald moment worden dingen saai en dan is het tijd voor iets nieuws." Juist doordat hij regelmatig van functie wisselde, leerde hij de universiteit vanuit verschillende perspectieven kennen. Achteraf bleek die brede ervaring van grote waarde voor de functies die later zouden volgen.


Drijfveer nieuwsgierigheid

Samen sterker

Een van de meest bepalende periodes uit zijn loopbaan begon in 2001. Winnie werd controller bij de toenmalige Faculteit Geneeskunde, juist op het moment dat de faculteit financieel zwaar weer kende. Veel collega's begrepen zijn keuze niet." Toen mensen hoorden dat ik controller werd bij Geneeskunde, verklaarden ze me voor gek."

De financiële uitdagingen waren groot, maar dat is niet wat hem het meest is bijgebleven. Veel sterker herinnert hij zich hoe collega's, ondanks uiteenlopende belangenen discussies, uiteindelijk samen verantwoordelijkheid namen. "Er is eerst veel discussie. Maar op een bepaald moment pakt iedereen zich samen. Dan ontstaat er een geweldige veerkracht."

Diezelfde veerkracht zag hij later terug tijdens de fusie tussen Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. Vooral binnen het onderzoek leverde de nieuwe gezamenlijke structuur veel op. Voor het onderwijs duurde het langer voordat de samenwerking echt vorm kreeg, maar zulke processen horen volgens hem bij een organisatie die zich blijft ontwikkelen.

Luisteren vóór oplossen

Later werd Winnie directeur bedrijfsvoering. Die functie had hij zichzelf jaren eerder nog niet zien vervullen. Eenmaal in die rol ontdekte hij dat leidinggeven voor hem niet draaide om het hebben van antwoorden, maar om het stellen van vragen. "Laat mensen eerst maar vertellen. Dan ontstaat er vaak vanzelf een richting."

Volgens Winnie zit de deskundigheid niet bij één persoon, maar bij de mensen die dagelijks samen de faculteit draaiende houden. “Door eerst te luisteren, ontstaat ruimte voor betere oplossingen en betere samenwerking.”

Blijven bouwen

Hoewel Winnieinmiddels al twee jaar geniet van zijn pensioen, volgt hij FHML nog altijd met belangstelling. Voor de toekomst ziet hij volop kansen in een verdere samenwerking tussen FHML en het MUMC+. Net als eerdere veranderingen zal ook die ontwikkeling tijd vragen.

Hij kijkt terug op 44 jaar Universiteit Maastricht én vooruit naar alles wat nog komt. Een universiteit is nooit af. Ze blijft zich ontwikkelen.